In de 19e eeuw vocht Wallonië zich naar de top van het economische firmament. In de steenkoolmijnen van de Borinage, le Centre, Charleroi en Luik daalden dag in dag uit tienduizenden mijnwerkers af om het zwarte goud los te kappen. Maar in 1984 sloot de laatste Waalse steenkoolmijn zijn deuren.

Met hun terrils hebben ze een onuitwisbare stempel gedrukt op het landschap. Ook de mijnen zelf hebben sporen achtergelaten. Vier ervan zijn sinds 2012 erkend als werelderfgoed en vertellen elk hun eigen verhaal over de steenkoolontginning.

Ondergronds in Blegny-Mine

Kom Blegny-Mijn ontdekken, een belangrijke mijnsite en Unesco-werelderfgoed© SPW SGO4 - G. Focant

Neem nu de mijn van Blegny. Toen Blegny in 1980 voorgoed de deuren sloot, was hij de laatste nog actieve steenkoolmijn van het Luikse bekken.

Sinds de sluiting kan je er zelf 30 tot 60 meter afdalen en een geleid bezoek brengen aan de mijngalerijen. Meteen zal je duidelijk worden waarom het werk onder de grond zo gevaarlijk was.

Ook bovengronds kom je aan je trekken. De audiotour op en rond de terril toont je hoe een zwart verleden werd omgetoverd in een oase van biodiversiteit. Bovenop de terril strekken de bakstenen kolenwasserij en betonnen schachtbok zich onder je voeten uit.

De technische evoluties in de Waalse mijnbouw komen aan bod in het Mijnmuseum, een van de oudste mijngebouwen van het land dat onderdak geeft aan verschillende stoommachines.

De mijnramp van Bois du Cazier

Marcinelle. Voor altijd zal deze naam herinneringen oproepen aan een van de zwartste bladzijden in de Belgische mijngeschiedenis.

Op 8 augustus 1956 brak er honderden meter onder de grond van de steenkoolmijn Bois du Cazier in Marcinelle brand uit. 262 kompels zaten als ratten in de val en bekochten de vuurzee met hun leven.

In het voormalige ophaalgebouw van de mijn herbeleef je de catastrofe via video’s en getuigenissen. Naast een ode aan de verongelukte mijnwerkers geeft Bois du Cazier onderdak aan het Glasmuseum, een reis naar de oorsprong van het glas.

©  WBT - J.P. Remy

In het Industriemuseum, ondergebracht in de oude badzaal, ontdek je aan de hand van stoommachines en andere museumstukken het economische, technische en sociale verhaal achter de Industriële Revolutie in Wallonië.

Mijnwerkersdorp Bois-du-Luc

Te midden van 162 arbeidershuisjes pronkt in Houdeng-Aimeries de steenkoolmijn van Bois-du-Luc.

In de cité, aangelegd midden 19e eeuw, kregen de arbeiders onderdak. Alles was aanwezig: een school, feestzaal, ziekenhuis en kiosk voor de plaatselijke fanfare.

De mijn zelf is als een middeleeuwse vesting van de arbeiderswijk afgeschermd met hoge muren en ijzeren ophaalpoorten. Handig tijdens sociale protesten.

In 1973 kwam de steenkoolontginning in Bois-du-Luc aan zijn einde. 

©  Le Bois Du Luc

De geplande afbraak van de site riep zoveel protest op, dat Bois-du-Luc heropende in 1983, niet langer als koolmijn maar als eerste ecomuseum van België.

Zowel de cité als de mijngebouwen kan je nu op eigen houtje verkennen met een audiogids. Op de binnenplaats kom je onder meer een zwartgelakte locomotief tegen, de ‘train des flamands’. Het is een eerbetoon aan de Vlaamse arbeiders die tot 1963 met de trein naar de Borinage afzakten om in de Waalse mijnen hun brood te verdienen.

Een utopie in Grand-Hornu

©  CID - Gaëtan Delehouzée

Filantroop en kolenhandelaar Henri De Gorge tikte in 1808 de steenkoolmijn le Grand-Hornu op de kop.

Het allegaartje van bouwwerken maakte hij met de grond gelijk en liet hij vervangen door een neoclassicistisch ensemble dat je niet meteen associeert met de inrichting van een steenkoolmijn.

Rond het ovaalvormige middenplein verschenen arcades, werkplaatsen en kantoren met booggewelven, zuiltjes en halfronde vensters.

Om arbeiders te lokken en vooral te houden, trok De Gorge een arbeiderswijk op naast de mijn.

Kinderen kregen verplicht, maar gratis onderwijs, zijn succesformule voor maatschappelijke vooruitgang. De opening van de machinezaal in 1831 luidde het feestelijke einde in van de verbouwingswerken, maar De Gorge kon nooit de vruchten plukken van zijn utopie. Hij overleed het jaar nadien.

Toch verdween De Gorge niet in de vergetelheid. Als je door de monumentale neoklassieke portiek de vroegere mijn binnenstapt, zie je zijn bronzen standbeeld al van ver blinken op het binnenplein. Daarrond danst zijn bakstenen erfenis.

Neoklassieke gebouwen die vandaag tot in de puntjes gerestaureerd zijn, op eentje na: de machinezaal. Het gebouw staat er nog altijd bij zoals na de sluiting van de mijn in 1954. De andere vleugels geven onderdak aan het MAC, het Musée des Arts Contemporains dat een keur aan hedendaagse kunstenaars tentoonstelt.

Dit vind je misschien ook leuk

Kortingsbonnen

Kortingsbonnen

Downloaden
Brochures

Brochures

Uit in Wallonië en de Ardennen 2021
Downloaden